We zijn er bijna…

Tot mijn grote schrik is het drie maanden geleden dat ik hier iets gepost heb. De afgelopen drie maanden waren erg intensief. Het heeft ongeveer een maand geduurd voordat het verhaal en de volgorde waarin ik het graag wilde vertellen zich aan me openbaarde. Al puzzelend met post-it’s op een muur en twee kladblokken vol met quotes en rare beschrijvingen van shots ben tot de kern gekomen van mijn bevindingen. Dit was niet altijd makkelijk en ik heb voor een heleboel moeilijke keuzes gestaan.

CAMERA

De band CAMERA uit Berlijn is na een week of drie afgevallen. Zij vormden als het ware de oppositie binnen de documentaire. Met felle opvattingen over hoe de echte zaken verloren raken in een wirwar van social media die zeer effectief platform bieden aan een eindeloos veld aan pretentieuze luchtkastelen. Of zoiets… 

Een erg interessante opvatting en natuurlijk grotendeels terecht.  Alleen jammer dat het voor de heren van CAMERA moeilijk was om dit overtuigend en uiteenzettend over te brengen. Hun Engels was simpelweg té beperkt om op te boksen tegen de welbespraakte Daniel Waples, Papy Blues of de heren van The Bottle Boy’s. Hierdoor kwam al gauw over alsof de band CAMERA vanuit de slachtoffer-rol deelnam aan mijn documentaire en dus eigenlijk fungeerde als de losers. Dit is absoluut niet het geval. Ik heb zelden in mijn leven iets meegemaakt met dezelfde impact als een optreden van CAMERA onder een tunnel aan de Warschauer Strasse. Overigens is hun debuutalbum niet onopgemerkt gebleven in Nederland. De 3voor12 redactie selecteerde het schijfje voor de luisterpaal waar het een maand lang te beluisteren was. 

Een lang verhaal kort: Het zijn fantastische muzikanten met een interessante visie die op pijnlijk veel vlakken waarheidsgetrouw blijkt. Helaas kwamen deze opvattingen niet zo goed uit de verf tussen de drie andere, meer jongensboekachtige, verhalen.

EN TOEN?

Na die knoop doorgehakt te hebben viel alles redelijk snel op zijn plek. Ik had in een vrij vroeg stadium het verhaal onderverdeeld in vier hoofdstukken en alle uitspraken van mijn artiesten het juiste hoofdstuk toegekend. Nu kon ik gaan spelen met al die uitspraken die elkaar dikwijls goed aanvulden en zo nu en dan ook tegenover elkaar gezet konden worden om te dienen als discussie.

Zo ontstond er in twee weken tijd een mooie blauwdruk van mijn documentaire die op dat moment nog voor 90% bestond uit talking heads (pratende hoofden). Nog een week was ik bezig met het opsnorren van beelden die ondersteunend konden fungeren bij de verhalen die verteld werden.

'Zo, dat heb ik even mooi geflikt!'  Maar ik kon weinig anders dan concluderen dat er nog te weinig afwisseling in mijn beeldvoering zat en dus ging op zoek naar wat ik 'de vierde laag' noem. Sta mij even toe dit even toe te lichten:

Eerste laag: Talking heads (pratende hoofden)
Tweede laag: Muziekmakende muzikanten 
Derde laag: Stad en publiek
Vierde laag: ???

ANIMATIES:

Die vierde laag besloot ik te gaan invullen door gebruik te maken van animaties. Deze moest ik dan zegmaar eerst gaan maken. Dus ik sprong op de fiets naar de Mediamarkt om daar een tekentablet te kopen (dit is geen drugs-achtige tablet waarvan je ineens retegoed gaat tekenen). Dit is een digitaal A4’tje met een digitale pen. Ik zal eerlijk toegeven dat ik me voor het maken van deze animaties heb laten inspireren door de de animaties in de documentaire PressPausePlay (zeer de moeite waard). 

Na mezelf compleet verbaasd te hebben met het resultaat kreeg ik meer en meer het gevoel dat mijn documentaire zijn pubertijd ontgroeid was, maar nog niet zijn vele jeugdpuisten. Het was tijd: Tijd voor de kleurencorrectie. Een soort van, bijna letterlijke, visagie voor videobeelden.

INTRO:

'Alles aan mijn documentaire vindt ik te gek en goed uit de verf komen, er is eigenlijk niets wat ik er nog aan toe wil of, voor mijn gevoel, kan voegen. Het is af, het is klaar en eerlijk gezegd ben ik er ook een beetje klaar mee…'

Dit is het gevoel wat ik had na anderhalve maand monteren, opgesloten zitten op je kamer, weinig zonlicht, weinig feestjes en weinig tijd voor vrienden en vriendin. Het was tijd voor vakantie… Maar eerst moest er nog een intro komen. Zonder intro sloeg het namelijk nog nergens op.

Na drie dagen puzzelen en schuiven met animaties en letterlijk 89 youtube fragmenten zat mijn intro in elkaar. Hij sloot naadloos aan op de eerste scene van mijn documentaire en gaf een mooi tipje van de sluier weg van wat men kan verwachten. Blij en trots!

PREMIERE:

De dag voordat ik op vakantie zou gaan had ik nog een afspraak met de programmeur van het Freeze Festival. Ik had eerder contact met hem gehad over een mogelijke premiere op zijn festival maar hij had daar toen geen oren naar. Ik denk haast dat hij goede verhalen heeft gehoord of dat hij een gat had in zijn programmering want hij drong erop aan dat we alsnog een kop koffie gingen drinken. 

Nadat we ongeveer drie minuten hadden gekeken van de -toen- laatste versie, was hij overtuigd en zodoende was het geregeld. Ontspannen op vakantie! Maar niet voordat ik mijn documentaire in had gestuurd voor IDFA.

TRAILER:

Nadat ik terugkwam van vakantie heb een dag of twee gewerkt aan de trailer die je hieronder kunt bewonderen. Op zaterdagavond 22 september zal mijn documentaire in Premiere gaan tijdens het Freeze Festival in Leeuwarden. Voor een kaartje en de complete line-up voor dit festival klik je gewoon even hier.

Streets of Europe Trailer from Geschikte Gasten on Vimeo.

PUTTING IT TOGETHER…
Ik ben inmiddels alweer twee weken terug van mijn avontuur en het heeft me ongeveer 3 dagen gekost om bij te komen en nog eens 3 dagen om alle beelden terug te kijken en te ordenen. Daarna ben ik gaan monteren en heb ik miljoen post-its op mijn muur geplakt met uitspraken erop, om deze vervolgens weer ergens anders te hangen of gewoon weg te smijten.
Ik heb dit montageproces - en vooral het begin - nu een aantal keer vergeleken met een kleine studentenkamer waar 10.000 items verspreid liggen die allemaal maar één juiste plek hebben. En zo is het echt; ik heb 400 GB aan beelden op een harde schijf staan. Gelukkig hoef ik niet alles te gebruiken en kan ik een heleboel gewoon links laten liggen, maar een goede methode hanteren om deze beelden te ordenen is essentieel om te voorkomen dat je bij het zoeken naar een specifiek beeld weer een uur aan het spotten bent.
Goed, deze fase is nu achter de rug. Ik heb alle beelden gesorteerd en ingedeeld onder een aantal thema’s die ik wil gaan aansnijden. Ik heb nu in grote lijnen het kaf van het koren gescheiden en kan nu gaan werken aan een verhaallijn die blijft boeien en verassen. 
Toch blijft het lastig… Ik heb constant het gevoel dat ik moet kiezen tussen 'een goedlopend verhaal over succesvolle straatmuzikanten en de positieve impact die nieuwe media heeft op hun carriere' of 'een boeiend, minder goedlopend verhaal over succesvolle straatmuzikanten en de positieve maar ook negatieve aspecten van nieuwe media'
De Berlijnse band CAMERA is duidelijk geen fan van alle online communities en alles wat je daarmee kunt bereiken. 'De echte dingen raken verloren'. Ze hebben hierin natuurlijk een punt. Je kunt de hele dag schreeuwen, reageren, foto’s en video’s posten en hopen dat je gezien wordt op het web, aan de andere kant van het spectrum zorg je er dan voor dat mensen niet meer de deur uithoeven en alles kunnen beleven van achter hun computer. En dit is precies waar de lol er wat CAMERA betreft af is. 
'Wat is dat voor gelul, ga gewoon naar een concert! Natuurlijk is het tof dat je ons op het internet kunt vinden, maar je kunt alles op het internet vinden. Je kunt alles wat je wil weten op het internet vinden, je kunt de hele dag naar tieten kijken, wat is dat voor gelul, het is gewoon te veel..'
Natuurlijk is dit een mooi contrast, maar het wordt met weinig overtuiging gebracht door de Duitse band. Voornamelijk door het gebrekkige Engels van de heren. Hierdoor komen ze nu een beetje als de ‘zielige slachtoffers van de nieuwe media’ uit de bus, terwijl ze juist heel bewust kiezen om het niet te doen. Dit is het voornaamste waar ik op dit moment mee worstel, maar het zal wel loslopen…

PUTTING IT TOGETHER…

Ik ben inmiddels alweer twee weken terug van mijn avontuur en het heeft me ongeveer 3 dagen gekost om bij te komen en nog eens 3 dagen om alle beelden terug te kijken en te ordenen. Daarna ben ik gaan monteren en heb ik miljoen post-its op mijn muur geplakt met uitspraken erop, om deze vervolgens weer ergens anders te hangen of gewoon weg te smijten.

Ik heb dit montageproces - en vooral het begin - nu een aantal keer vergeleken met een kleine studentenkamer waar 10.000 items verspreid liggen die allemaal maar één juiste plek hebben. En zo is het echt; ik heb 400 GB aan beelden op een harde schijf staan. Gelukkig hoef ik niet alles te gebruiken en kan ik een heleboel gewoon links laten liggen, maar een goede methode hanteren om deze beelden te ordenen is essentieel om te voorkomen dat je bij het zoeken naar een specifiek beeld weer een uur aan het spotten bent.

Goed, deze fase is nu achter de rug. Ik heb alle beelden gesorteerd en ingedeeld onder een aantal thema’s die ik wil gaan aansnijden. Ik heb nu in grote lijnen het kaf van het koren gescheiden en kan nu gaan werken aan een verhaallijn die blijft boeien en verassen. 

Toch blijft het lastig… Ik heb constant het gevoel dat ik moet kiezen tussen 'een goedlopend verhaal over succesvolle straatmuzikanten en de positieve impact die nieuwe media heeft op hun carriere' of 'een boeiend, minder goedlopend verhaal over succesvolle straatmuzikanten en de positieve maar ook negatieve aspecten van nieuwe media'

De Berlijnse band CAMERA is duidelijk geen fan van alle online communities en alles wat je daarmee kunt bereiken. 'De echte dingen raken verloren'. Ze hebben hierin natuurlijk een punt. Je kunt de hele dag schreeuwen, reageren, foto’s en video’s posten en hopen dat je gezien wordt op het web, aan de andere kant van het spectrum zorg je er dan voor dat mensen niet meer de deur uithoeven en alles kunnen beleven van achter hun computer. En dit is precies waar de lol er wat CAMERA betreft af is. 

'Wat is dat voor gelul, ga gewoon naar een concert! Natuurlijk is het tof dat je ons op het internet kunt vinden, maar je kunt alles op het internet vinden. Je kunt alles wat je wil weten op het internet vinden, je kunt de hele dag naar tieten kijken, wat is dat voor gelul, het is gewoon te veel..'

Natuurlijk is dit een mooi contrast, maar het wordt met weinig overtuiging gebracht door de Duitse band. Voornamelijk door het gebrekkige Engels van de heren. Hierdoor komen ze nu een beetje als de ‘zielige slachtoffers van de nieuwe media’ uit de bus, terwijl ze juist heel bewust kiezen om het niet te doen. Dit is het voornaamste waar ik op dit moment mee worstel, maar het zal wel loslopen…

Het tweede hoofdstuk staat op de muur (Taken with instagram)

Het tweede hoofdstuk staat op de muur (Taken with instagram)

Ieder verhaal begint met een ‘Fade in’…
Inmiddels ben ik weer een aantal dagen terug van het reizen. We zijn geëindigd in Berlijn en het deed een beetje pijn om daar weg te gaan. Het is zo’n toffe stad en het duurt langer dan twee keer drie dagen om alles te zien en mee te maken. Maar goed; waar waren we?
Oh ja, we waren op de bonne fooi naar Berlijn gegaan om een tweede interview te doen met CAMERA. Op maandag belde ik met de drummer en die was wel enthousiast om het interview over te doen in het Duits. We spraken af om 17:00 uur de volgende dag. Ondertussen kregen wij een korte rondleiding door Kreuzberg van twee dames uit Berlijn die we leerden kennen in Kopenhagen.
De volgende dag deden we het interview. Ik moet zeggen dat ik nog steeds niet weet of het nu uiteindelijk een beter interview was. Het was moeilijk om in te spelen op hun antwoorden met nieuwe vragen omdat ik het toch niet helemaal kon volgen. Daarnaast is was er nog een nieuw probleem: Zingende vogeltjes… Dat klinkt niet als een probleem en juist wel gezellig, maar ik wil de audio van het interview graag over de beelden van hun optreden heen plakken. Dit gaat een heel raar geheel vormen; zingende vogeltjes, midden in de nacht, in een tunnel waar met 120 dB muziek uit komt. Ik heb geen vogeltjes gezien in die tunnel en als het in Berlijn niet gebeurt, dan gebeurt het nergens…
Bovendien keek ik vandaag het vorige interview (in het Engels) terug en ik moet zeggen dat dat helemaal niet tegenvalt. Het past wel bij hun verhaal om ze te zien worstelen met het zoeken naar woorden. Ze richten zich totaal niet op de media, houden niet zo van praten en willen vooral spelen. Ergens heeft het dus wel iets sterks. Daarnaast geen zingende vogeltjes.
Fade in:
Ik heb sinds ik thuis ben al veel kunnen doen. Ik heb alle interviews synchroon gezet met de audio en beelden van de tweede camera, wat best een klusje is. Nu is het zaak me puur en alleen op de inhoud te gaan richten. Om eerst het verhaal te maken en het daarna te vertellen met de juiste beelden. Ik wil me zo min mogelijk laten afleiden door de beelden die ik wel of niet heb of door hoe mooi of lelijk ze zijn. Het is puur een kwestie van ‘Wie zegt wat? Wat zeggen de anderen hiervan? Wat voor verhaal zit hierin? Hoe is het dramatisch of inspirerend? en in welke volgorde komt dit het sterkst naar voren?
Om me te helpen om deze complexe puzzel te leggen heb ik drie meter van mijn muur afgeplakt met schilderstape, en heb ik iedere artiest een kleur toegekend. Deze kleuren verwijzen naar post-its waar ik quotes ga opschrijven die ik mijn docu wil hebben. Zo kan ik lekker aanklooien en schuiven tot het klopt. Wellicht dat ik binnenkort nog een paar meter moet toevoegen…
Op dit moment staat er alleen nog maar ‘Fade in’

Ieder verhaal begint met een ‘Fade in’…

Inmiddels ben ik weer een aantal dagen terug van het reizen. We zijn geëindigd in Berlijn en het deed een beetje pijn om daar weg te gaan. Het is zo’n toffe stad en het duurt langer dan twee keer drie dagen om alles te zien en mee te maken. Maar goed; waar waren we?

Oh ja, we waren op de bonne fooi naar Berlijn gegaan om een tweede interview te doen met CAMERA. Op maandag belde ik met de drummer en die was wel enthousiast om het interview over te doen in het Duits. We spraken af om 17:00 uur de volgende dag. Ondertussen kregen wij een korte rondleiding door Kreuzberg van twee dames uit Berlijn die we leerden kennen in Kopenhagen.

De volgende dag deden we het interview. Ik moet zeggen dat ik nog steeds niet weet of het nu uiteindelijk een beter interview was. Het was moeilijk om in te spelen op hun antwoorden met nieuwe vragen omdat ik het toch niet helemaal kon volgen. Daarnaast is was er nog een nieuw probleem: Zingende vogeltjes… Dat klinkt niet als een probleem en juist wel gezellig, maar ik wil de audio van het interview graag over de beelden van hun optreden heen plakken. Dit gaat een heel raar geheel vormen; zingende vogeltjes, midden in de nacht, in een tunnel waar met 120 dB muziek uit komt. Ik heb geen vogeltjes gezien in die tunnel en als het in Berlijn niet gebeurt, dan gebeurt het nergens…

Bovendien keek ik vandaag het vorige interview (in het Engels) terug en ik moet zeggen dat dat helemaal niet tegenvalt. Het past wel bij hun verhaal om ze te zien worstelen met het zoeken naar woorden. Ze richten zich totaal niet op de media, houden niet zo van praten en willen vooral spelen. Ergens heeft het dus wel iets sterks. Daarnaast geen zingende vogeltjes.

Fade in:

Ik heb sinds ik thuis ben al veel kunnen doen. Ik heb alle interviews synchroon gezet met de audio en beelden van de tweede camera, wat best een klusje is. Nu is het zaak me puur en alleen op de inhoud te gaan richten. Om eerst het verhaal te maken en het daarna te vertellen met de juiste beelden. Ik wil me zo min mogelijk laten afleiden door de beelden die ik wel of niet heb of door hoe mooi of lelijk ze zijn. Het is puur een kwestie van ‘Wie zegt wat? Wat zeggen de anderen hiervan? Wat voor verhaal zit hierin? Hoe is het dramatisch of inspirerend? en in welke volgorde komt dit het sterkst naar voren?

Om me te helpen om deze complexe puzzel te leggen heb ik drie meter van mijn muur afgeplakt met schilderstape, en heb ik iedere artiest een kleur toegekend. Deze kleuren verwijzen naar post-its waar ik quotes ga opschrijven die ik mijn docu wil hebben. Zo kan ik lekker aanklooien en schuiven tot het klopt. Wellicht dat ik binnenkort nog een paar meter moet toevoegen…

Op dit moment staat er alleen nog maar ‘Fade in’

Bottle Boy’s of Copenhagen

Afgelopen donderdag kwamen we ‘s avonds aan in Kopenhagen om erachter te komen dat alles wat er gezegd wordt over Denemarken waar is; de dames zijn mooi en het leven daar is niet te betalen. Desalniettemin is het werkelijk een prachtige stad met een goede sfeer. 

Op vrijdag hebben we de stad gezien en op zaterdag zouden we dan uiteindelijk de Bottle Boy’s ontmoeten. We spraken af om 11:00 voor de Universiteit voor Muziekwetenschappen in Kopenhagen, wat min of meer hun thuisbasis is. De universiteit is alle dagen open en ze kunnen er ten alle tijde naar binnen. Daar aangekomen waren ze net bezig met het instuderen van David Guetta’s Titanium voor een tv-show waar ze helaas niets over mochten vertellen. Wel lieten ze even vallen dat het in het najaar ook op de Nederlandse televisie te zien zal zijn. Dit betekend dus dat ik nu drie muzikanten heb gesproken die op de Nederlandse televisie komen of zijn geweest.

Rond een uur of 12:00 gingen we lopend de stad in met de vier heren en werd er gestopt in de overvolle winkelstraat. Nog voor dat de heren waren begonnen met spelen stonden er er al zo’n 200 man te kijken uit nieuwsgierigheid voor wat er ging gebeuren. Toen ze begonnen met spelen stond de straat al snel zó vol dat mensen er niet meer langs konden en een blok moesten omlopen, zoiets heb ik nog nooit gezien.

Het mooie is dat ik bij aanvang het idee van liedjes spelen op bierflessen een beetje een knullig gevoel had, maar het komt met zoveel precisie, timing, samenwerking en ontzettend veel oefening, dat het eigenlijk niets minder is dan muzikanten die op zeer hoog niveau spelen en hun ‘instrument’ beheersen. Ik zal even kort uitleggen hoe het precies werkt.

Ze spelen met z’n vieren waarvan er twee een ‘rack’ hebben met 11 flessen, een chromatische toonladder dus. De twee anderen hebben zes flessen met ieder een gedeelte van de chromatische toonladder en deze spelen samen eigenlijk de akkoorden. De racks met 11 flessen moeten vastgehouden worden en wegen ongeveer vijf kilo. De racks met 6 flessen hangen om de nek en zijn handsfree zodat ze de handen vrij hebben voor de percussie. Klink allemaal heel logisch en niet zo ingewikkeld, maar nu komt het: Omdat ze vaak heel snel van de ene naar de andere noot moeten, zonder hun tanden te breken op de flessen, is het vaak nodig om de flessen op een andere manier te schikken. Zeg dus maar dag tegen de toonladder zoals je die kent op de piano. De flessen zitten voor bijna ieder liedje anders. Je kunt je een voorstelling maken van hoeveel oefening hierbij komt kijken. Daarnaast zijn veel melodieën vaak te snel om tussendoor nog te kunnen ademen, dus moet je ze samen spelen. Dus ik twee noten, jij twee noten enzovoorts… Zo wordt ieder liedje wat ze instuderen eigenlijk een enorm complexe puzzel waarbij met allerlei zaken rekening gehouden moet worden…

Later die dag deden we nog een interview met twee van de vier heren. Zij vertelden hoe het vijf jaar geleden ontstond op een feestje en dat ze stukje bij beetje hun ‘instrumenten’ en het samenspel hebben door ontwikkeld tot aan de dag van vandaag. Ze vertelden dat ze ooit een liedje speelden van een grote Deense artieste, een voorganger heeft dit toevallig gefilmd en op youtube gezet. Toen de desbetreffende artieste dit filmpje tegenkwam heeft ze het verspreid in haar nieuwsbrieven, op haar Facebook en haar website. Binnen een mum van tijd kregen ze boekingen binnen voor nationale tv-shows, festivals waaronder Roskilde, corporate gigs en zelfs een keer een privé optreden backstage voor Snoop Dogg. Verhalen genoeg in ieder geval en te veel om nu allemaal te vertellen…

Nu weer in Berlijn?

Ja! Nu zijn we weer in Berlijn… Dit stond niet op de planning, want eigenlijk zouden we naar Ljubljana, Slovenië gaan. Helaas kreeg ik drie dagen geleden een mail van Mileta, een staat muzikant uit Kroatië een mail dat hij ons niet kon ontmoeten in Ljubljana, maar alleen in Pula. Pula is een prachtig stadje aan de kust van Kroatië, maar ontzettend moeilijk te bereiken met de trein. Vanuit Kopenhagen zouden we er ongeveer 28 uur over doen om er te komen. Daarnaast zou hij maar weinig tijd hebben voor ons en dus hebben we besloten dat het het niet waard was.

Bovendien zag ik meer belang in een tweede interview met CAMERA, omdat het contrast met de andere muzikanten zo ongelooflijk groot is en ik hier een mooi verhaal in zie. We interviewden CAMERA al eerder in het Engels, maar het was voor hen moeilijk om tot de kern te komen in het Engels. Op goed geluk namen we gister de trein naar Berlijn in de hoop dat ze tijd zouden hebben voor een tweede interview, ditmaal in het Duits.

Op dit moment wacht ik nog op een reactie en heb vandaag een bel afspraak met de drummer, fingers crossed…

Dagje rustig aan in Hamburg

Twee dagen Brussel met Papy Blues
Nadat we afgelopen vrijdag bij Papy Blues over de vloer waren geweest en een zeer openhartig interview hadden afgenomen, was het op zaterdag tijd om samen met hem naar Brussel te reizen om hem aan het werk te zien. Helaas was zijn favoriete plekje in Brussel ingenomen door een zestal dixi-toiletten vanwege de Gaypride die gelopen zou worden die dag. Een grappig feitje: In België hebben ze voor homo- en bisexuelen het verzamelwoord ‘HOLEBI’S’ verzonnen.
Het leek er dus op dat Raphael (Papy Blues) vandaag ergens anders zou moeten spelen, en wel op de Grasmarkt. Vrijwel direct toen hij begon te spelen ontstond er een grote groep met luisteraars. Er werden veel foto’s en video’s gemaakt en veel van de passerende holebi’s begonnen te dansen. Na een uur moest er gestopt worden; in Brussel geld de regel dat straatmuzikanten alleen mogen spelen op de hele uren (12:00, 14:00, 16:00, 18:00 enz.) Wij gingen naar ons hostel om onze tassen van ca. 20 kilo even te droppen en op jacht te gaan naar een goede maaltijd.
De volgende dag ontmoetten we Raphael om 12:00 op zijn favoriete plek, waar de dixi-toiletten nu plaats hadden gemaakt voor de bebaarde Belg. Wederom trok hij direct veel publiek aan waaronder ontzettend veel Nederlanders. Opvallend was het om te zien dat veel van deze Nederlanders hem na een liedje veel geld gaven en hem aanspraken over zijn optreden bij De Wereld Draait Door. Zijn debuut op de Nederlandse televisie is overigens ook niet aan de Belgische media voorbij gegaan. Raphael liet ons een aantal krantenknipsels zijn met koppen als ‘Nederland kiest Papy Blues als beste oude rocker’. Raphael vertelde later die dag dat hij goed kan merken dat veel mensen hem gezien hebben op de Nederlandse televisie. 'Mensen herkennen me en willen graag laten merken dat ze weten wie ik ben, dikwijls willen ze een praatje maken en geven ze royaal'
Het was een mooi gezicht; een oude man met gitaar onder de Belgische zon met dansende kinderen, glimlachende oude stellen, de altijd filmende en facebookende jeugd en natuurlijk een bus vol met Japanners met hun overdreven professionele camera’s.
Na afloop deden we nogmaals een interview met Papy Blues. Hij vertelde over een aantal moeilijkheden die hij ervaart als straatartiest. 'Ik krijg veel van de mensen en dit zorgt regelmatig voor veel jaloezie bij andere artiesten en bedelaars. Ik geef op een dag in Brussel misschien wel 20 tot 30 euro weg aan andere artiesten en bedelaars om wat goodwill te kweken. Ik wil dat mensen zeggen dat ik veel krijg maar ook veel geef, zo probeer ik iedereen tevreden te houden. Ik heb eigenlijk geen vijanden hierdoor.' 
Ook vertelde hij dat hij nog erg twijfelt over zijn optreden in Paradiso tijdens de Nacht van Giel. Dit is de prijs die hij won bij DWDD. 'Mijn vrouw heeft wat gezondheidsproblemen en ik heb met haar afgesproken dat ik zoveel mogelijk mag spelen als ik wil, maar ik zal altijd dezelfde dag weer thuiskomen. Daarnaast sta ik niet ingeschreven bij de belastingsdienst en is het dus sowieso moeilijk om betaalde optredens te doen, bovendien ben ik te oud om veel te reizen en in hotels te slapen. Misschien dat ik het zal doen, in Paradiso, maar dan zal ik mijn gage doneren aan Unicef of iets dergelijks.'
Een kleine opsomming van alles wat ik nu heb mogen zien, horen en meemaken tot nu toe:
Het is interessant om te zien hoe groot de onderlinge verschillen zijn tussen de verschillend muzikanten. Bijvoorbeeld hoe ze hun geld verdienen en hoe ze gebruik maken van het internet…
Daniel Waples verkoopt voornamelijk cd’s op straat en via iTunes en Spotify. Het geld wat de mensen hem geven is meer een extra’tje. Dit gebeurt niet zoveel als bijvoorbeeld bij Papy Blues. Je zou kunnen zeggen dat Daniel eigenlijk het meest moderne marketingmodel gebruikt. Hij gebruikt youtube en social media zoveel mogelijk om traffic te genereren naar zijn website of naar de iTunes store. Hij is goed te vinden op het internet en dit is ook de reden dat hij op een dag 20 emails ontvangt met boekingen, uitnodigingen en samenwerkingsverzoeken. Een groot gedeelte van zijn inkomsten komen dan ook voort uit optredens, festivals (waaronder veel yogafestivals) en bruiloften. Het zal niet lang meer duren voordat Daniel toe is aan een manager of assistent. Zijn inkomstbronnen zijn in essentie dus eigenlijk niet anders dan die van een goed lopende band en ook zijn marketingstrategie komt sterk overeen.
CAMERA is een heel ander verhaal. Zij zijn weinig tot niet bezig met het verdienen van geld. Ze verkopen geen cd’s en krijgen ook niet veel giften. Hoe dit laatste komt is me nog niet geheel duidelijk. Misschien komt het doordat ze met het gezicht naar elkaar toe staan en dat hun ‘geldbak’ in het midden staat, waardoor het wat ongemakkelijker is om geld te geven. Inmiddels hebben ze wel een plaat opgenomen en zitten ze bij een independent label. Ik verwacht wel dat ze veel cd’s gaan verkopen als deze eenmaal gemixt en gemastered is, het is namelijk prachtige muziek. Opvallend is dat deze band niet ver verwijdert is van het internet hekelen. ‘It’s just too much and way to easy. You can find almost everything on the internet, you can watch and listen to amazing music all day, but it’t just not the real thing. We prefer to play live, we don’t focus on internet or social media. Of course it’s nice that people make video and put them out there, but it’s just too easy to stay at home to enjoy music.’ Je zou dus kunnen stellen dat hun marketingmodel overeenkomt met die uit de punk en DIY-cultuur voor de tijd van internet. Een groot contrast dus met Daniel.
Het verhaal van Papy Blues is weer heel anders. Hij verdient genoeg geld om zijn pensioen aan te vullen om wat royaler te leven. Al dit geld komt voor uit wat mensen hem geven op straat. Hij verkoopt geen cd’s, doet geen optredens en staat niet ingeschreven bij de belastingsdienst dus kan ook geen gage ontvangen. Hij is wel ontzettend dankbaar voor alle videos en foto’s die er van hem verschenen zijn op internet en social media. ‘Ik ben nu 76 en te oud om me nog te verdiepen in computers en internet, maar als ik jonger was had ik het zeker gedaan. Ik zeg nu vaak tegen mensen dat ik ze me Papy Blues noemen en dat ze me kunnen vinden op youtube. Ik ben heel dankbaar en heb veel van mijn bekendheid te danken aan het internet.’ Daarnaast kunnen we stellen dat Papy Blues nooit bij DWDD beland was zonder social media. Drie weken voor de uitzending plaatste Giel Beelen een oproep op facebook en twitter naar de contactgegevens van Papy Blues omdat hij niet te vinden was.
Dus nu hebben we een moderne uitbuiter van internet en social media, een band die er weinig van wil weten en iemand die blij is dat het bestaat, maar geen idee heeft hoe hij het zelf zou kunnen gebruiken omdat hij simpelweg te oud is. Een aantal mooie contrasten met interessante, en ook dramatische aspecten.
Dat was het weer… Nu in Hamburg aan het bijkomen en morgen door naar Copenhagen!

Twee dagen Brussel met Papy Blues

Nadat we afgelopen vrijdag bij Papy Blues over de vloer waren geweest en een zeer openhartig interview hadden afgenomen, was het op zaterdag tijd om samen met hem naar Brussel te reizen om hem aan het werk te zien. Helaas was zijn favoriete plekje in Brussel ingenomen door een zestal dixi-toiletten vanwege de Gaypride die gelopen zou worden die dag. Een grappig feitje: In België hebben ze voor homo- en bisexuelen het verzamelwoord ‘HOLEBI’S’ verzonnen.

Het leek er dus op dat Raphael (Papy Blues) vandaag ergens anders zou moeten spelen, en wel op de Grasmarkt. Vrijwel direct toen hij begon te spelen ontstond er een grote groep met luisteraars. Er werden veel foto’s en video’s gemaakt en veel van de passerende holebi’s begonnen te dansen. Na een uur moest er gestopt worden; in Brussel geld de regel dat straatmuzikanten alleen mogen spelen op de hele uren (12:00, 14:00, 16:00, 18:00 enz.) Wij gingen naar ons hostel om onze tassen van ca. 20 kilo even te droppen en op jacht te gaan naar een goede maaltijd.

De volgende dag ontmoetten we Raphael om 12:00 op zijn favoriete plek, waar de dixi-toiletten nu plaats hadden gemaakt voor de bebaarde Belg. Wederom trok hij direct veel publiek aan waaronder ontzettend veel Nederlanders. Opvallend was het om te zien dat veel van deze Nederlanders hem na een liedje veel geld gaven en hem aanspraken over zijn optreden bij De Wereld Draait Door. Zijn debuut op de Nederlandse televisie is overigens ook niet aan de Belgische media voorbij gegaan. Raphael liet ons een aantal krantenknipsels zijn met koppen als ‘Nederland kiest Papy Blues als beste oude rocker’. Raphael vertelde later die dag dat hij goed kan merken dat veel mensen hem gezien hebben op de Nederlandse televisie. 'Mensen herkennen me en willen graag laten merken dat ze weten wie ik ben, dikwijls willen ze een praatje maken en geven ze royaal'

Het was een mooi gezicht; een oude man met gitaar onder de Belgische zon met dansende kinderen, glimlachende oude stellen, de altijd filmende en facebookende jeugd en natuurlijk een bus vol met Japanners met hun overdreven professionele camera’s.

Na afloop deden we nogmaals een interview met Papy Blues. Hij vertelde over een aantal moeilijkheden die hij ervaart als straatartiest. 'Ik krijg veel van de mensen en dit zorgt regelmatig voor veel jaloezie bij andere artiesten en bedelaars. Ik geef op een dag in Brussel misschien wel 20 tot 30 euro weg aan andere artiesten en bedelaars om wat goodwill te kweken. Ik wil dat mensen zeggen dat ik veel krijg maar ook veel geef, zo probeer ik iedereen tevreden te houden. Ik heb eigenlijk geen vijanden hierdoor.' 

Ook vertelde hij dat hij nog erg twijfelt over zijn optreden in Paradiso tijdens de Nacht van Giel. Dit is de prijs die hij won bij DWDD. 'Mijn vrouw heeft wat gezondheidsproblemen en ik heb met haar afgesproken dat ik zoveel mogelijk mag spelen als ik wil, maar ik zal altijd dezelfde dag weer thuiskomen. Daarnaast sta ik niet ingeschreven bij de belastingsdienst en is het dus sowieso moeilijk om betaalde optredens te doen, bovendien ben ik te oud om veel te reizen en in hotels te slapen. Misschien dat ik het zal doen, in Paradiso, maar dan zal ik mijn gage doneren aan Unicef of iets dergelijks.'


Een kleine opsomming van alles wat ik nu heb mogen zien, horen en meemaken tot nu toe:


Het is interessant om te zien hoe groot de onderlinge verschillen zijn tussen de verschillend muzikanten. Bijvoorbeeld hoe ze hun geld verdienen en hoe ze gebruik maken van het internet…

Daniel Waples verkoopt voornamelijk cd’s op straat en via iTunes en Spotify. Het geld wat de mensen hem geven is meer een extra’tje. Dit gebeurt niet zoveel als bijvoorbeeld bij Papy Blues. Je zou kunnen zeggen dat Daniel eigenlijk het meest moderne marketingmodel gebruikt. Hij gebruikt youtube en social media zoveel mogelijk om traffic te genereren naar zijn website of naar de iTunes store. Hij is goed te vinden op het internet en dit is ook de reden dat hij op een dag 20 emails ontvangt met boekingen, uitnodigingen en samenwerkingsverzoeken. Een groot gedeelte van zijn inkomsten komen dan ook voort uit optredens, festivals (waaronder veel yogafestivals) en bruiloften. Het zal niet lang meer duren voordat Daniel toe is aan een manager of assistent. Zijn inkomstbronnen zijn in essentie dus eigenlijk niet anders dan die van een goed lopende band en ook zijn marketingstrategie komt sterk overeen.

CAMERA is een heel ander verhaal. Zij zijn weinig tot niet bezig met het verdienen van geld. Ze verkopen geen cd’s en krijgen ook niet veel giften. Hoe dit laatste komt is me nog niet geheel duidelijk. Misschien komt het doordat ze met het gezicht naar elkaar toe staan en dat hun ‘geldbak’ in het midden staat, waardoor het wat ongemakkelijker is om geld te geven. Inmiddels hebben ze wel een plaat opgenomen en zitten ze bij een independent label. Ik verwacht wel dat ze veel cd’s gaan verkopen als deze eenmaal gemixt en gemastered is, het is namelijk prachtige muziek. Opvallend is dat deze band niet ver verwijdert is van het internet hekelen. ‘It’s just too much and way to easy. You can find almost everything on the internet, you can watch and listen to amazing music all day, but it’t just not the real thing. We prefer to play live, we don’t focus on internet or social media. Of course it’s nice that people make video and put them out there, but it’s just too easy to stay at home to enjoy music.’ Je zou dus kunnen stellen dat hun marketingmodel overeenkomt met die uit de punk en DIY-cultuur voor de tijd van internet. Een groot contrast dus met Daniel.

Het verhaal van Papy Blues is weer heel anders. Hij verdient genoeg geld om zijn pensioen aan te vullen om wat royaler te leven. Al dit geld komt voor uit wat mensen hem geven op straat. Hij verkoopt geen cd’s, doet geen optredens en staat niet ingeschreven bij de belastingsdienst dus kan ook geen gage ontvangen. Hij is wel ontzettend dankbaar voor alle videos en foto’s die er van hem verschenen zijn op internet en social media. ‘Ik ben nu 76 en te oud om me nog te verdiepen in computers en internet, maar als ik jonger was had ik het zeker gedaan. Ik zeg nu vaak tegen mensen dat ik ze me Papy Blues noemen en dat ze me kunnen vinden op youtube. Ik ben heel dankbaar en heb veel van mijn bekendheid te danken aan het internet.’ Daarnaast kunnen we stellen dat Papy Blues nooit bij DWDD beland was zonder social media. Drie weken voor de uitzending plaatste Giel Beelen een oproep op facebook en twitter naar de contactgegevens van Papy Blues omdat hij niet te vinden was.

Dus nu hebben we een moderne uitbuiter van internet en social media, een band die er weinig van wil weten en iemand die blij is dat het bestaat, maar geen idee heeft hoe hij het zelf zou kunnen gebruiken omdat hij simpelweg te oud is. Een aantal mooie contrasten met interessante, en ook dramatische aspecten.

Dat was het weer… Nu in Hamburg aan het bijkomen en morgen door naar Copenhagen!

Hoe was het in Berlijn?
Voor het eerst sinds enige dagen heb ik nu fatsoenlijk internet dus het is tijd voor een wat uitgebreidere update:
In Berlijn hadden we afgelopen dinsdag een wat moeizame ontmoeting met de band CAMERA. De band bestaat uit drie personen waarvan er één bijzonder weinig zin had in een interview. Hij was apestoned en wilde eigenlijk alleen maar spelen of nog meer blowen. Na wat wikken en wegen gingen ze akkoord met een interview vlakbij de plek waar ze zouden gaan spelen aan de Warschauerstrasse. We deden het interview aan het water voor een klein restant van de Berlijnse muur. Het interview was ontzettend lastig om een aantal redenen. Ten eerste was hun Engels een redelijk eindje beneden de maat. Daarnaast praatten ze ontzettend zacht. Uiteindelijk hebben we er nog redelijk wat interessante informatie uit weten te slepen, maar het ging niet van harte.
Toen was het tijd voor hun optreden… Dit was echt ontzettend goed. Binnen een mum van tijd stonden er talloze mensen te luisteren en was de gehele tunnel gevuld met donkere, dromerige muziek. Ze hebben ca. 40 minuten gespeeld en we hebben te gekke beelden geschoten. Na afloop dronken we nog een biertje met deze heren en ontstonden er gelukkig wat luchtigere gesprekken. Zeker nadat we de heren trakteerden op een biertje waren ze behoorlijk bijgedraaid vergelijken bij hoe moeizaam het aanvankelijk ging. 
We stelden nog voor om het interview nogmaals te doen, maar dan in het Duits… Helaas was hier geen tijd meer voor. Wel was het prettig om te merken dat het uiteindelijk toch heel gemoedelijk eindigde met veel wederzijds respect, waar het aanvankelijk voelde alsof we hun een beetje tot last waren.
(Als je benieuwd bent naar hoe CAMERA klinkt, check dan een van mijn eerdere posts met een audiofragment erin)
Bij Papy Blues over de vloer:
Via Berlijn reisden we via Keulen, waar we een korte stop maakten, door naar Brussel. De volgende ochtend pakten we de trein naar Oostende, waar ik op dit moment zit. Raphael (Papy Blues) woont in een dorpje nabij Oostende en we zijn vandaag bij hem op bezoek geweest. 
Het interview was bijzonder openhartig en het was voor deze bebaarde, praatgrage Belg waarschijnlijk ook geen probleem geweest om 40 minuten te praten zonder dat ik hem een enkele vraag had gesteld. Na afloop van het interview bladerde hij nog door een fotoboek heen vol met foto’s en tekeningen die voorbijgangers van hem hebben gemaakt. Ook heb ik nog even kort samen met hem gepingeld op een van zijn vele gitaren (‘Dat zijn mijne kindjes’)  Toen nog een kop soep en toen was het tijd om te gaan.
Morgen reizen we samen met Raphael af naar Brussel om hem in actie te zien. To be continued… 

Hoe was het in Berlijn?


Voor het eerst sinds enige dagen heb ik nu fatsoenlijk internet dus het is tijd voor een wat uitgebreidere update:

In Berlijn hadden we afgelopen dinsdag een wat moeizame ontmoeting met de band CAMERA. De band bestaat uit drie personen waarvan er één bijzonder weinig zin had in een interview. Hij was apestoned en wilde eigenlijk alleen maar spelen of nog meer blowen. Na wat wikken en wegen gingen ze akkoord met een interview vlakbij de plek waar ze zouden gaan spelen aan de Warschauerstrasse. We deden het interview aan het water voor een klein restant van de Berlijnse muur. Het interview was ontzettend lastig om een aantal redenen. Ten eerste was hun Engels een redelijk eindje beneden de maat. Daarnaast praatten ze ontzettend zacht. Uiteindelijk hebben we er nog redelijk wat interessante informatie uit weten te slepen, maar het ging niet van harte.

Toen was het tijd voor hun optreden… Dit was echt ontzettend goed. Binnen een mum van tijd stonden er talloze mensen te luisteren en was de gehele tunnel gevuld met donkere, dromerige muziek. Ze hebben ca. 40 minuten gespeeld en we hebben te gekke beelden geschoten. Na afloop dronken we nog een biertje met deze heren en ontstonden er gelukkig wat luchtigere gesprekken. Zeker nadat we de heren trakteerden op een biertje waren ze behoorlijk bijgedraaid vergelijken bij hoe moeizaam het aanvankelijk ging. 

We stelden nog voor om het interview nogmaals te doen, maar dan in het Duits… Helaas was hier geen tijd meer voor. Wel was het prettig om te merken dat het uiteindelijk toch heel gemoedelijk eindigde met veel wederzijds respect, waar het aanvankelijk voelde alsof we hun een beetje tot last waren.

(Als je benieuwd bent naar hoe CAMERA klinkt, check dan een van mijn eerdere posts met een audiofragment erin)

Bij Papy Blues over de vloer:

Via Berlijn reisden we via Keulen, waar we een korte stop maakten, door naar Brussel. De volgende ochtend pakten we de trein naar Oostende, waar ik op dit moment zit. Raphael (Papy Blues) woont in een dorpje nabij Oostende en we zijn vandaag bij hem op bezoek geweest. 

Het interview was bijzonder openhartig en het was voor deze bebaarde, praatgrage Belg waarschijnlijk ook geen probleem geweest om 40 minuten te praten zonder dat ik hem een enkele vraag had gesteld. Na afloop van het interview bladerde hij nog door een fotoboek heen vol met foto’s en tekeningen die voorbijgangers van hem hebben gemaakt. Ook heb ik nog even kort samen met hem gepingeld op een van zijn vele gitaren (‘Dat zijn mijne kindjes’)  Toen nog een kop soep en toen was het tijd om te gaan.

Morgen reizen we samen met Raphael af naar Brussel om hem in actie te zien. To be continued… 

Oost Berlijn bij nacht

Oost Berlijn bij nacht

30 plays

Een impressie van de sfeer die de band CAMERA gister creëerde in een tunnel onder een metrostation in Oost Berlijn. Luister en geniet… 

Next stop: Berlin

Morgen reis ik samen met Kevin af naar Berlijn om daar de band CAMERA to ontmoeten (http://www.myspace.com/wearecamera). Zij zijn begonnen op de straten en metrostations rondom de Berlijnse wijk Kreuzberg en zijn vooral bekend geworden door hun guerrilla-achtige manier van optreden. Zo speelden ze vaak voor de ingang van een venue waar honderden mensen stonden te wachten om naar binnen te kunnen… En goede manier om een geïnteresseerd publiek voor je te krijgen dacht ik zo. 

Andere zaken:

-Gisteren belde ik met Papy Blues en hij kijkt er erg naar uit om mij te ontmoeten. Zie hier ook het fragment van Papy Bleus in De Wereld Draait Door (http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/92921)

-Vandaag kreeg ik een email van Daniel Waples, de hangspeler uit London die ik interviewde in Amsterdam, dat hij door een auditie is gekomen waardoor hij op Duitse en Nederlandse publieke televisie komt. Ik hoop snel meer info te hebben hierover…

-Mijn backpack weegt maarliefst 20 kilo met alle videoapparatuur erin. Pfff…

20 KG!!

DE EERSTE TWEE DRAAIDAGEN:
Na een heel mooi, maar slopend weekend op Into The Spring (Vlieland) stond er op 1 mei alweer een afspraak met Daniel Waples, een hangspeler uit London. Ik zou hem ontmoeten in Amsterdam rond een uur of 3.
Toen ik wakker werd in Leeuwarden die ochtend dacht ik werkelijk bij mezelf ‘waar ben ik aan begonnen’. Ik ben normaal een vrij nuchter persoon en ‘het komt wel goed’ is een door mij geliefde uitspraak, maar in dit geval was ik ontzettend gespannen en onzeker. Een gevoel wat ik niet vaak in deze mate heb ervaren.
Aangekomen in Amsterdam had ik eerst afgesproken met Kevin Geurts die mij helpt bij het filmen van deze documentaire. Om 16:00 ontmoetten we dan eindelijk Daniel, een super opgetogen en spontane dude. We filmden hem terwijl hij voor het Centraal Station speelde, op het Damrak en daarna op een brug vlakbij de 9 straatjes. Daarna interviewde ik hem in een bruine kroeg onder het genot van een paar grote bieren.
De volgende dag gingen we met de trein naar Den Haag en hebben daar wederom gefilmd dat Daniel op straat speelt en ook daarna weer een interview gedaan op een terras.
Het is me ontzettend meegevallen terwijl ik van tevoren zo gespannen was. Ik ben erin geslaagd om een prachtig verhaal uit Daniel te krijgen over zijn verleden, struggles, familie, successen, het vele reizen en de grote rol die mobiele telefoons en het internet gespeeld hebben in hetgeen wat hij bereikt heeft. Dit laatste is natuurlijk erg interessant… Daniel vertelde me dat het gebeurt dat er mensen stoppen als hij aan het spelen is, geen enkele emotie tonen, hun telefoon pakken, beginnen met filmen en alleen maar naar het scherm kijken in plaats van naar hem. Wat ook gebeurt is dat mensen zijn website zien staan op zijn tas, erheen gaan met hun iphone en zijn cd downloaden terwijl ze naar hem staan te luisteren… Dit soort grappen waren 5 jaar geleden nog uit de kwestie, maar leveren Daniel vandaag de dag geld en succes op. Een mooi uitgangspunt voor een documentaire, lijkt me.

DE EERSTE TWEE DRAAIDAGEN:

Na een heel mooi, maar slopend weekend op Into The Spring (Vlieland) stond er op 1 mei alweer een afspraak met Daniel Waples, een hangspeler uit London. Ik zou hem ontmoeten in Amsterdam rond een uur of 3.

Toen ik wakker werd in Leeuwarden die ochtend dacht ik werkelijk bij mezelf ‘waar ben ik aan begonnen’. Ik ben normaal een vrij nuchter persoon en ‘het komt wel goed’ is een door mij geliefde uitspraak, maar in dit geval was ik ontzettend gespannen en onzeker. Een gevoel wat ik niet vaak in deze mate heb ervaren.

Aangekomen in Amsterdam had ik eerst afgesproken met Kevin Geurts die mij helpt bij het filmen van deze documentaire. Om 16:00 ontmoetten we dan eindelijk Daniel, een super opgetogen en spontane dude. We filmden hem terwijl hij voor het Centraal Station speelde, op het Damrak en daarna op een brug vlakbij de 9 straatjes. Daarna interviewde ik hem in een bruine kroeg onder het genot van een paar grote bieren.

De volgende dag gingen we met de trein naar Den Haag en hebben daar wederom gefilmd dat Daniel op straat speelt en ook daarna weer een interview gedaan op een terras.

Het is me ontzettend meegevallen terwijl ik van tevoren zo gespannen was. Ik ben erin geslaagd om een prachtig verhaal uit Daniel te krijgen over zijn verleden, struggles, familie, successen, het vele reizen en de grote rol die mobiele telefoons en het internet gespeeld hebben in hetgeen wat hij bereikt heeft. Dit laatste is natuurlijk erg interessant… Daniel vertelde me dat het gebeurt dat er mensen stoppen als hij aan het spelen is, geen enkele emotie tonen, hun telefoon pakken, beginnen met filmen en alleen maar naar het scherm kijken in plaats van naar hem. Wat ook gebeurt is dat mensen zijn website zien staan op zijn tas, erheen gaan met hun iphone en zijn cd downloaden terwijl ze naar hem staan te luisteren… Dit soort grappen waren 5 jaar geleden nog uit de kwestie, maar leveren Daniel vandaag de dag geld en succes op.

Een mooi uitgangspunt voor een documentaire, lijkt me.

Ticket is binnen…

Ticket is binnen…

Premisse

Mijn documentaire vertelt het verhaal van een aantal straatmuzikanten die veel succes hebben op uiteenlopende manieren. De ene artiest speelt deze zomer bijvoorbeeld op Roskilde (een van de grootse festivals in Scandinavië) terwijl de andere artiest het hele jaar de zomer achterna reist en voortdurend een tussenstop maakt voor een festival of een tv optreden waarvoor hij gevraagd wordt.

Maar wat hebben ze dan gemeen? In essentie zijn deze mensen heel verschillend van elkaar. Ze maken compleet andere muziek, hanteren compleet verschillende methoden om tot succes te komen en bovendien is hun definitie van succes fundamenteel anders.

Wellicht dat het startpunt van hun carrières hetgeen is waarin deze artiesten het meeste gemeen hebben. Mijn verwachting is namelijk dat al deze artiesten zijn begonnen, geheel onschuldig, louter vanuit de liefde voor hun muziek en hun instrument. Wellicht ook omdat ze gewoon heel erg op zoek waren naar een publiek om voor te spelen of omdat ze het spel van de gevestigde muziekindustrie niet mee wilden spelen. Mijn verwachting is in ieder geval dat geen van de artiesten die in mijn documentaire zijn ‘succes’ had zien aankomen op hem moment dat het idee bij hem naar boven kwam.

Alle straatmuzikanten die in mijn documentaire naar voren komen hadden na verloop der tijd toch veel succes en bekendheid. Maar wat hebben ze dan met elkaar gemeen? Ik denk dat de succesfactoren van deze artiesten ontzettend ver uit elkaar liggen. Zo zijn er artiesten die iets heel unieks (maar enigszins knulligs) doen en direct merken dat het ontzettend goed werkt, niet twijfelen en alle social media en marketingstrategieën inzetten om hun ‘ding’ uit te buiten. Aan de andere kant van het spectrum vinden we iemand die muziek maakt op een zeer traditionele manier (gitaar, zang, blues-covers), maar doordat hij dit simpelweg iedere dag op dezelfde plek doet, jaar in jaar uit, wordt hij omarmd door de stad waarin hij speelt. Daarnaast speelt wellicht zijn leeftijd (67) ook een rol.

Misschien wel de belangrijkste factoren voor hun succes, zijn vandaag de dag externe factoren. Ik denk dat de mobiele telefoon in samenwerking met youtube er voor gezorgd heeft dat veel van deze artiesten aan het daglicht kwamen bij partijen die vervolgens iets voor hen betekend hebben. Neem bijvoorbeeld festivalprogrammeurs, pers, bloggers, tv programma’s en ja… film- of documentairemakers. Alleen al het feit dat ik nagenoeg al mijn artiesten heb gevonden doormiddel van lo-fi youtube video’s gemaakt door voorbijgangers, spreekt natuurlijk boekdelen…

Ik denk dat voornamelijk het laatste een erg grote rol speelt in het succes van deze straatmuzikanten en ben erg benieuwd naar hoe zij dat zelf zien. Hebben ze hier heel bewust op ingespeeld of hebben ze het op de loop gelaten? Hadden ze dit van tevoren gedacht? Hoe hebben zij gebruik van gemaakt? En welk gedeelte van hun succes willen zij toekennen aan mobiele telefoons en het internet.

In mijn documentaire verwacht ik het romantische verhaal aan het licht te brengen van hoe je als straatmuzikant opgepikt kan worden door voorbijgangers en zodoende op het internet beland en een groot publiek bereikt. Echter verwacht ik niet dat het werkelijk zo makkelijk gaat… Welke strijd hebben ze dan toch moeten leveren en waarom?

Tot slot: Hebben straatmuzikanten in het hedendaagse daglicht meer kans op succes dan ooit? Wat is het dan waardoor voorbijgangers iets wel of niet oppikken?

Ligt ‘The American Dream’ letterlijk op straat met dank aan smartphones en social media? 

Alle afspraken staan… tickets boeken en gaan!

Alle afspraken staan… tickets boeken en gaan!