Twee dagen Brussel met Papy Blues
Nadat we afgelopen vrijdag bij Papy Blues over de vloer waren geweest en een zeer openhartig interview hadden afgenomen, was het op zaterdag tijd om samen met hem naar Brussel te reizen om hem aan het werk te zien. Helaas was zijn favoriete plekje in Brussel ingenomen door een zestal dixi-toiletten vanwege de Gaypride die gelopen zou worden die dag. Een grappig feitje: In België hebben ze voor homo- en bisexuelen het verzamelwoord ‘HOLEBI’S’ verzonnen.
Het leek er dus op dat Raphael (Papy Blues) vandaag ergens anders zou moeten spelen, en wel op de Grasmarkt. Vrijwel direct toen hij begon te spelen ontstond er een grote groep met luisteraars. Er werden veel foto’s en video’s gemaakt en veel van de passerende holebi’s begonnen te dansen. Na een uur moest er gestopt worden; in Brussel geld de regel dat straatmuzikanten alleen mogen spelen op de hele uren (12:00, 14:00, 16:00, 18:00 enz.) Wij gingen naar ons hostel om onze tassen van ca. 20 kilo even te droppen en op jacht te gaan naar een goede maaltijd.
De volgende dag ontmoetten we Raphael om 12:00 op zijn favoriete plek, waar de dixi-toiletten nu plaats hadden gemaakt voor de bebaarde Belg. Wederom trok hij direct veel publiek aan waaronder ontzettend veel Nederlanders. Opvallend was het om te zien dat veel van deze Nederlanders hem na een liedje veel geld gaven en hem aanspraken over zijn optreden bij De Wereld Draait Door. Zijn debuut op de Nederlandse televisie is overigens ook niet aan de Belgische media voorbij gegaan. Raphael liet ons een aantal krantenknipsels zijn met koppen als ‘Nederland kiest Papy Blues als beste oude rocker’. Raphael vertelde later die dag dat hij goed kan merken dat veel mensen hem gezien hebben op de Nederlandse televisie. 'Mensen herkennen me en willen graag laten merken dat ze weten wie ik ben, dikwijls willen ze een praatje maken en geven ze royaal'
Het was een mooi gezicht; een oude man met gitaar onder de Belgische zon met dansende kinderen, glimlachende oude stellen, de altijd filmende en facebookende jeugd en natuurlijk een bus vol met Japanners met hun overdreven professionele camera’s.
Na afloop deden we nogmaals een interview met Papy Blues. Hij vertelde over een aantal moeilijkheden die hij ervaart als straatartiest. 'Ik krijg veel van de mensen en dit zorgt regelmatig voor veel jaloezie bij andere artiesten en bedelaars. Ik geef op een dag in Brussel misschien wel 20 tot 30 euro weg aan andere artiesten en bedelaars om wat goodwill te kweken. Ik wil dat mensen zeggen dat ik veel krijg maar ook veel geef, zo probeer ik iedereen tevreden te houden. Ik heb eigenlijk geen vijanden hierdoor.' 
Ook vertelde hij dat hij nog erg twijfelt over zijn optreden in Paradiso tijdens de Nacht van Giel. Dit is de prijs die hij won bij DWDD. 'Mijn vrouw heeft wat gezondheidsproblemen en ik heb met haar afgesproken dat ik zoveel mogelijk mag spelen als ik wil, maar ik zal altijd dezelfde dag weer thuiskomen. Daarnaast sta ik niet ingeschreven bij de belastingsdienst en is het dus sowieso moeilijk om betaalde optredens te doen, bovendien ben ik te oud om veel te reizen en in hotels te slapen. Misschien dat ik het zal doen, in Paradiso, maar dan zal ik mijn gage doneren aan Unicef of iets dergelijks.'
Een kleine opsomming van alles wat ik nu heb mogen zien, horen en meemaken tot nu toe:
Het is interessant om te zien hoe groot de onderlinge verschillen zijn tussen de verschillend muzikanten. Bijvoorbeeld hoe ze hun geld verdienen en hoe ze gebruik maken van het internet…
Daniel Waples verkoopt voornamelijk cd’s op straat en via iTunes en Spotify. Het geld wat de mensen hem geven is meer een extra’tje. Dit gebeurt niet zoveel als bijvoorbeeld bij Papy Blues. Je zou kunnen zeggen dat Daniel eigenlijk het meest moderne marketingmodel gebruikt. Hij gebruikt youtube en social media zoveel mogelijk om traffic te genereren naar zijn website of naar de iTunes store. Hij is goed te vinden op het internet en dit is ook de reden dat hij op een dag 20 emails ontvangt met boekingen, uitnodigingen en samenwerkingsverzoeken. Een groot gedeelte van zijn inkomsten komen dan ook voort uit optredens, festivals (waaronder veel yogafestivals) en bruiloften. Het zal niet lang meer duren voordat Daniel toe is aan een manager of assistent. Zijn inkomstbronnen zijn in essentie dus eigenlijk niet anders dan die van een goed lopende band en ook zijn marketingstrategie komt sterk overeen.
CAMERA is een heel ander verhaal. Zij zijn weinig tot niet bezig met het verdienen van geld. Ze verkopen geen cd’s en krijgen ook niet veel giften. Hoe dit laatste komt is me nog niet geheel duidelijk. Misschien komt het doordat ze met het gezicht naar elkaar toe staan en dat hun ‘geldbak’ in het midden staat, waardoor het wat ongemakkelijker is om geld te geven. Inmiddels hebben ze wel een plaat opgenomen en zitten ze bij een independent label. Ik verwacht wel dat ze veel cd’s gaan verkopen als deze eenmaal gemixt en gemastered is, het is namelijk prachtige muziek. Opvallend is dat deze band niet ver verwijdert is van het internet hekelen. ‘It’s just too much and way to easy. You can find almost everything on the internet, you can watch and listen to amazing music all day, but it’t just not the real thing. We prefer to play live, we don’t focus on internet or social media. Of course it’s nice that people make video and put them out there, but it’s just too easy to stay at home to enjoy music.’ Je zou dus kunnen stellen dat hun marketingmodel overeenkomt met die uit de punk en DIY-cultuur voor de tijd van internet. Een groot contrast dus met Daniel.
Het verhaal van Papy Blues is weer heel anders. Hij verdient genoeg geld om zijn pensioen aan te vullen om wat royaler te leven. Al dit geld komt voor uit wat mensen hem geven op straat. Hij verkoopt geen cd’s, doet geen optredens en staat niet ingeschreven bij de belastingsdienst dus kan ook geen gage ontvangen. Hij is wel ontzettend dankbaar voor alle videos en foto’s die er van hem verschenen zijn op internet en social media. ‘Ik ben nu 76 en te oud om me nog te verdiepen in computers en internet, maar als ik jonger was had ik het zeker gedaan. Ik zeg nu vaak tegen mensen dat ik ze me Papy Blues noemen en dat ze me kunnen vinden op youtube. Ik ben heel dankbaar en heb veel van mijn bekendheid te danken aan het internet.’ Daarnaast kunnen we stellen dat Papy Blues nooit bij DWDD beland was zonder social media. Drie weken voor de uitzending plaatste Giel Beelen een oproep op facebook en twitter naar de contactgegevens van Papy Blues omdat hij niet te vinden was.
Dus nu hebben we een moderne uitbuiter van internet en social media, een band die er weinig van wil weten en iemand die blij is dat het bestaat, maar geen idee heeft hoe hij het zelf zou kunnen gebruiken omdat hij simpelweg te oud is. Een aantal mooie contrasten met interessante, en ook dramatische aspecten.
Dat was het weer… Nu in Hamburg aan het bijkomen en morgen door naar Copenhagen!

Twee dagen Brussel met Papy Blues

Nadat we afgelopen vrijdag bij Papy Blues over de vloer waren geweest en een zeer openhartig interview hadden afgenomen, was het op zaterdag tijd om samen met hem naar Brussel te reizen om hem aan het werk te zien. Helaas was zijn favoriete plekje in Brussel ingenomen door een zestal dixi-toiletten vanwege de Gaypride die gelopen zou worden die dag. Een grappig feitje: In België hebben ze voor homo- en bisexuelen het verzamelwoord ‘HOLEBI’S’ verzonnen.

Het leek er dus op dat Raphael (Papy Blues) vandaag ergens anders zou moeten spelen, en wel op de Grasmarkt. Vrijwel direct toen hij begon te spelen ontstond er een grote groep met luisteraars. Er werden veel foto’s en video’s gemaakt en veel van de passerende holebi’s begonnen te dansen. Na een uur moest er gestopt worden; in Brussel geld de regel dat straatmuzikanten alleen mogen spelen op de hele uren (12:00, 14:00, 16:00, 18:00 enz.) Wij gingen naar ons hostel om onze tassen van ca. 20 kilo even te droppen en op jacht te gaan naar een goede maaltijd.

De volgende dag ontmoetten we Raphael om 12:00 op zijn favoriete plek, waar de dixi-toiletten nu plaats hadden gemaakt voor de bebaarde Belg. Wederom trok hij direct veel publiek aan waaronder ontzettend veel Nederlanders. Opvallend was het om te zien dat veel van deze Nederlanders hem na een liedje veel geld gaven en hem aanspraken over zijn optreden bij De Wereld Draait Door. Zijn debuut op de Nederlandse televisie is overigens ook niet aan de Belgische media voorbij gegaan. Raphael liet ons een aantal krantenknipsels zijn met koppen als ‘Nederland kiest Papy Blues als beste oude rocker’. Raphael vertelde later die dag dat hij goed kan merken dat veel mensen hem gezien hebben op de Nederlandse televisie. 'Mensen herkennen me en willen graag laten merken dat ze weten wie ik ben, dikwijls willen ze een praatje maken en geven ze royaal'

Het was een mooi gezicht; een oude man met gitaar onder de Belgische zon met dansende kinderen, glimlachende oude stellen, de altijd filmende en facebookende jeugd en natuurlijk een bus vol met Japanners met hun overdreven professionele camera’s.

Na afloop deden we nogmaals een interview met Papy Blues. Hij vertelde over een aantal moeilijkheden die hij ervaart als straatartiest. 'Ik krijg veel van de mensen en dit zorgt regelmatig voor veel jaloezie bij andere artiesten en bedelaars. Ik geef op een dag in Brussel misschien wel 20 tot 30 euro weg aan andere artiesten en bedelaars om wat goodwill te kweken. Ik wil dat mensen zeggen dat ik veel krijg maar ook veel geef, zo probeer ik iedereen tevreden te houden. Ik heb eigenlijk geen vijanden hierdoor.' 

Ook vertelde hij dat hij nog erg twijfelt over zijn optreden in Paradiso tijdens de Nacht van Giel. Dit is de prijs die hij won bij DWDD. 'Mijn vrouw heeft wat gezondheidsproblemen en ik heb met haar afgesproken dat ik zoveel mogelijk mag spelen als ik wil, maar ik zal altijd dezelfde dag weer thuiskomen. Daarnaast sta ik niet ingeschreven bij de belastingsdienst en is het dus sowieso moeilijk om betaalde optredens te doen, bovendien ben ik te oud om veel te reizen en in hotels te slapen. Misschien dat ik het zal doen, in Paradiso, maar dan zal ik mijn gage doneren aan Unicef of iets dergelijks.'


Een kleine opsomming van alles wat ik nu heb mogen zien, horen en meemaken tot nu toe:


Het is interessant om te zien hoe groot de onderlinge verschillen zijn tussen de verschillend muzikanten. Bijvoorbeeld hoe ze hun geld verdienen en hoe ze gebruik maken van het internet…

Daniel Waples verkoopt voornamelijk cd’s op straat en via iTunes en Spotify. Het geld wat de mensen hem geven is meer een extra’tje. Dit gebeurt niet zoveel als bijvoorbeeld bij Papy Blues. Je zou kunnen zeggen dat Daniel eigenlijk het meest moderne marketingmodel gebruikt. Hij gebruikt youtube en social media zoveel mogelijk om traffic te genereren naar zijn website of naar de iTunes store. Hij is goed te vinden op het internet en dit is ook de reden dat hij op een dag 20 emails ontvangt met boekingen, uitnodigingen en samenwerkingsverzoeken. Een groot gedeelte van zijn inkomsten komen dan ook voort uit optredens, festivals (waaronder veel yogafestivals) en bruiloften. Het zal niet lang meer duren voordat Daniel toe is aan een manager of assistent. Zijn inkomstbronnen zijn in essentie dus eigenlijk niet anders dan die van een goed lopende band en ook zijn marketingstrategie komt sterk overeen.

CAMERA is een heel ander verhaal. Zij zijn weinig tot niet bezig met het verdienen van geld. Ze verkopen geen cd’s en krijgen ook niet veel giften. Hoe dit laatste komt is me nog niet geheel duidelijk. Misschien komt het doordat ze met het gezicht naar elkaar toe staan en dat hun ‘geldbak’ in het midden staat, waardoor het wat ongemakkelijker is om geld te geven. Inmiddels hebben ze wel een plaat opgenomen en zitten ze bij een independent label. Ik verwacht wel dat ze veel cd’s gaan verkopen als deze eenmaal gemixt en gemastered is, het is namelijk prachtige muziek. Opvallend is dat deze band niet ver verwijdert is van het internet hekelen. ‘It’s just too much and way to easy. You can find almost everything on the internet, you can watch and listen to amazing music all day, but it’t just not the real thing. We prefer to play live, we don’t focus on internet or social media. Of course it’s nice that people make video and put them out there, but it’s just too easy to stay at home to enjoy music.’ Je zou dus kunnen stellen dat hun marketingmodel overeenkomt met die uit de punk en DIY-cultuur voor de tijd van internet. Een groot contrast dus met Daniel.

Het verhaal van Papy Blues is weer heel anders. Hij verdient genoeg geld om zijn pensioen aan te vullen om wat royaler te leven. Al dit geld komt voor uit wat mensen hem geven op straat. Hij verkoopt geen cd’s, doet geen optredens en staat niet ingeschreven bij de belastingsdienst dus kan ook geen gage ontvangen. Hij is wel ontzettend dankbaar voor alle videos en foto’s die er van hem verschenen zijn op internet en social media. ‘Ik ben nu 76 en te oud om me nog te verdiepen in computers en internet, maar als ik jonger was had ik het zeker gedaan. Ik zeg nu vaak tegen mensen dat ik ze me Papy Blues noemen en dat ze me kunnen vinden op youtube. Ik ben heel dankbaar en heb veel van mijn bekendheid te danken aan het internet.’ Daarnaast kunnen we stellen dat Papy Blues nooit bij DWDD beland was zonder social media. Drie weken voor de uitzending plaatste Giel Beelen een oproep op facebook en twitter naar de contactgegevens van Papy Blues omdat hij niet te vinden was.

Dus nu hebben we een moderne uitbuiter van internet en social media, een band die er weinig van wil weten en iemand die blij is dat het bestaat, maar geen idee heeft hoe hij het zelf zou kunnen gebruiken omdat hij simpelweg te oud is. Een aantal mooie contrasten met interessante, en ook dramatische aspecten.

Dat was het weer… Nu in Hamburg aan het bijkomen en morgen door naar Copenhagen!

Hoe was het in Berlijn?
Voor het eerst sinds enige dagen heb ik nu fatsoenlijk internet dus het is tijd voor een wat uitgebreidere update:
In Berlijn hadden we afgelopen dinsdag een wat moeizame ontmoeting met de band CAMERA. De band bestaat uit drie personen waarvan er één bijzonder weinig zin had in een interview. Hij was apestoned en wilde eigenlijk alleen maar spelen of nog meer blowen. Na wat wikken en wegen gingen ze akkoord met een interview vlakbij de plek waar ze zouden gaan spelen aan de Warschauerstrasse. We deden het interview aan het water voor een klein restant van de Berlijnse muur. Het interview was ontzettend lastig om een aantal redenen. Ten eerste was hun Engels een redelijk eindje beneden de maat. Daarnaast praatten ze ontzettend zacht. Uiteindelijk hebben we er nog redelijk wat interessante informatie uit weten te slepen, maar het ging niet van harte.
Toen was het tijd voor hun optreden… Dit was echt ontzettend goed. Binnen een mum van tijd stonden er talloze mensen te luisteren en was de gehele tunnel gevuld met donkere, dromerige muziek. Ze hebben ca. 40 minuten gespeeld en we hebben te gekke beelden geschoten. Na afloop dronken we nog een biertje met deze heren en ontstonden er gelukkig wat luchtigere gesprekken. Zeker nadat we de heren trakteerden op een biertje waren ze behoorlijk bijgedraaid vergelijken bij hoe moeizaam het aanvankelijk ging. 
We stelden nog voor om het interview nogmaals te doen, maar dan in het Duits… Helaas was hier geen tijd meer voor. Wel was het prettig om te merken dat het uiteindelijk toch heel gemoedelijk eindigde met veel wederzijds respect, waar het aanvankelijk voelde alsof we hun een beetje tot last waren.
(Als je benieuwd bent naar hoe CAMERA klinkt, check dan een van mijn eerdere posts met een audiofragment erin)
Bij Papy Blues over de vloer:
Via Berlijn reisden we via Keulen, waar we een korte stop maakten, door naar Brussel. De volgende ochtend pakten we de trein naar Oostende, waar ik op dit moment zit. Raphael (Papy Blues) woont in een dorpje nabij Oostende en we zijn vandaag bij hem op bezoek geweest. 
Het interview was bijzonder openhartig en het was voor deze bebaarde, praatgrage Belg waarschijnlijk ook geen probleem geweest om 40 minuten te praten zonder dat ik hem een enkele vraag had gesteld. Na afloop van het interview bladerde hij nog door een fotoboek heen vol met foto’s en tekeningen die voorbijgangers van hem hebben gemaakt. Ook heb ik nog even kort samen met hem gepingeld op een van zijn vele gitaren (‘Dat zijn mijne kindjes’)  Toen nog een kop soep en toen was het tijd om te gaan.
Morgen reizen we samen met Raphael af naar Brussel om hem in actie te zien. To be continued… 

Hoe was het in Berlijn?


Voor het eerst sinds enige dagen heb ik nu fatsoenlijk internet dus het is tijd voor een wat uitgebreidere update:

In Berlijn hadden we afgelopen dinsdag een wat moeizame ontmoeting met de band CAMERA. De band bestaat uit drie personen waarvan er één bijzonder weinig zin had in een interview. Hij was apestoned en wilde eigenlijk alleen maar spelen of nog meer blowen. Na wat wikken en wegen gingen ze akkoord met een interview vlakbij de plek waar ze zouden gaan spelen aan de Warschauerstrasse. We deden het interview aan het water voor een klein restant van de Berlijnse muur. Het interview was ontzettend lastig om een aantal redenen. Ten eerste was hun Engels een redelijk eindje beneden de maat. Daarnaast praatten ze ontzettend zacht. Uiteindelijk hebben we er nog redelijk wat interessante informatie uit weten te slepen, maar het ging niet van harte.

Toen was het tijd voor hun optreden… Dit was echt ontzettend goed. Binnen een mum van tijd stonden er talloze mensen te luisteren en was de gehele tunnel gevuld met donkere, dromerige muziek. Ze hebben ca. 40 minuten gespeeld en we hebben te gekke beelden geschoten. Na afloop dronken we nog een biertje met deze heren en ontstonden er gelukkig wat luchtigere gesprekken. Zeker nadat we de heren trakteerden op een biertje waren ze behoorlijk bijgedraaid vergelijken bij hoe moeizaam het aanvankelijk ging. 

We stelden nog voor om het interview nogmaals te doen, maar dan in het Duits… Helaas was hier geen tijd meer voor. Wel was het prettig om te merken dat het uiteindelijk toch heel gemoedelijk eindigde met veel wederzijds respect, waar het aanvankelijk voelde alsof we hun een beetje tot last waren.

(Als je benieuwd bent naar hoe CAMERA klinkt, check dan een van mijn eerdere posts met een audiofragment erin)

Bij Papy Blues over de vloer:

Via Berlijn reisden we via Keulen, waar we een korte stop maakten, door naar Brussel. De volgende ochtend pakten we de trein naar Oostende, waar ik op dit moment zit. Raphael (Papy Blues) woont in een dorpje nabij Oostende en we zijn vandaag bij hem op bezoek geweest. 

Het interview was bijzonder openhartig en het was voor deze bebaarde, praatgrage Belg waarschijnlijk ook geen probleem geweest om 40 minuten te praten zonder dat ik hem een enkele vraag had gesteld. Na afloop van het interview bladerde hij nog door een fotoboek heen vol met foto’s en tekeningen die voorbijgangers van hem hebben gemaakt. Ook heb ik nog even kort samen met hem gepingeld op een van zijn vele gitaren (‘Dat zijn mijne kindjes’)  Toen nog een kop soep en toen was het tijd om te gaan.

Morgen reizen we samen met Raphael af naar Brussel om hem in actie te zien. To be continued… 

Next stop: Berlin

Morgen reis ik samen met Kevin af naar Berlijn om daar de band CAMERA to ontmoeten (http://www.myspace.com/wearecamera). Zij zijn begonnen op de straten en metrostations rondom de Berlijnse wijk Kreuzberg en zijn vooral bekend geworden door hun guerrilla-achtige manier van optreden. Zo speelden ze vaak voor de ingang van een venue waar honderden mensen stonden te wachten om naar binnen te kunnen… En goede manier om een geïnteresseerd publiek voor je te krijgen dacht ik zo. 

Andere zaken:

-Gisteren belde ik met Papy Blues en hij kijkt er erg naar uit om mij te ontmoeten. Zie hier ook het fragment van Papy Bleus in De Wereld Draait Door (http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/92921)

-Vandaag kreeg ik een email van Daniel Waples, de hangspeler uit London die ik interviewde in Amsterdam, dat hij door een auditie is gekomen waardoor hij op Duitse en Nederlandse publieke televisie komt. Ik hoop snel meer info te hebben hierover…

-Mijn backpack weegt maarliefst 20 kilo met alle videoapparatuur erin. Pfff…

20 KG!!

De Zoektocht naar Opa Blues… (3/3)

Vanochtend heb ik Raphael (Papy Blues) aan de telefoon gesproken. Hij zat op dat moment in de trein naar Brussel om daar natuurlijk muziek te maken op straat. Gelukkig spreekt hij goed Nederlands en was hij erg enthousiast om mee te werken aan mijn documentaire.

Ik mag hem volgende week nog even terugbellen op zijn vaste lijn en dan voor 10:00 want daarna gaat hij naar natuurlijk naar Brussel. Het zou te gek zijn om bij hem thuis te mogen filmen en dan samen met hem in de trein af te reizen naar Brussel.

Het lijkt er in ieder geval sterk op dat ik mijn eerste personage in de pocket heb!

De Zoektocht naar Opa Blues… (2/3)

Het is lekker wakker worden vandaag! Gister zat ik nog helemaal in de rats omdat ik maar geen contactgegevens kon vinden van de bebaarde Belg. Vanochtend trof ik een mooi mailtje aan in mijn inbox van een Belgisch festival:

Hello Joost,
What a nice project !
It’s a great pleasure for to give you Papy Blues contact :
Raphael Vanwynsberghe
059 - 32 61 ##
0497 - 42 96 ##
He’s a pleasant man and hij spreekt nederlands.
If you can come to our festival, sure, you will not be desappointed!
Hope to see you on May, 27th.
Have a nice day.
Jean-Marie
Dus wellicht pak ik nog even een festivalletje mee tijdens mijn reis, het is in ieder geval een aanlokkelijk aanbod.
à wel à wel à wel… da was et weer…

De Zoektocht naar Opa Blues… (1/3)

Ik ben nu al enige dagen wanhopig op zoek naar een manier om in contact te komen met deze bebaarde belg. Het schijnt echter heel makkelijk te zijn; Ga naar brussel en op de hoek van de grote markt zit ie op zijn versterker onder deze rode brievenbus. Maar goed, aangezien ik in deze fase alles van achter mijn computer moet doen om tijd en geld te besparen loop ik tegen de onvermijdelijke generatiekloof aan. Natuurlijk heeft deze man geen Myspace, Bandcamp, Youtube kanaal, Facebook of CU2 pagina…

Vandaag heb ik in het wildeweg vier mensen gemaild die op verschillende manieren met hem te maken hebben gehad: Een festival organisator, een journalist en twee bloggers uit Brussel. Dit alles in het engels en frans (thank God for Google translate!).

Nu is het afwachten of ik beet heb… Het is in ieder geval niet ‘des tijds’ dat iemand zo populair is en toch nergens te bereiken, maar ik ga er voor het gemak maar even vanuit dat dit niet de laatste keer is dat ik met dit probleem te maken krijg.

De zoektocht gaat door…